De hemel in het oude testament...
Nu blijf ik bij U voor altijd,
God die mij troost, die bij mij zijt,
mijn twijfel stilt en mijn verlangen,
die mij in liefde houdt omvangen.
Gij neemt mij bij de rechterhand,
Gij zijt getrouw, uw raad houdt stand,
uw wijsheid is het die mij leidt
en eenmaal kroont met heerlijkheid.
Wien heb ik in den hemel, Heer,
behalve U, mijn troost en eer?
Wat kan op aarde mij bekoren?
Alleen bij U wil ik behoren.
Al zou mijn vlees en hart vergaan,
toch zal ik, God, voor U bestaan,
wien ik mijn leven toevertrouw,
Gij zijt de rots waarop ik bouw.
Prachtig berijmd. Lees ook de onberijmde psalm, bijv. vers 24 en 25: 'Gij zult mij leiden door uw raad, en daarna mij in HEERLIJKHEID opnemen. Wien heb ik (nevens U)in de HEMEL? Nevens u begeer ik niets op aarde.'
Hier zie je duidelijk de ontwikkeling bij Israel van Sheoel, dodenrijk, zonder enige verwachting naar leven bij God in de hemel. En later in het nieuwe testament zet zich dat voort via Hades, dodenrijk naar duidelijke teksten die verwijzen naar de hemel. Bijv. waar Jezus zegt: 'Ik ben de opstanding en het leven, wie in Mij gelooft HEEFT leven ook al is hij gestorven en een ieder die in Mij gelooft zal in eeuwigheid niet sterven'

Joh.11:25-26) en bij de apostel Paulus 'Want wij weten, dat, indien de aardse tent, waarin wij wonen wordt afgebroken, wij een gebouw van God hebben, in de hemelen, niet met handen gemaakt, een eeuwig huis. (2 Cor.5:1)